Wat is protestant?

" Op de bres voor gereformeerde oecumene."

Protestants Nederland - 4 april 2019

Groen van Prinsterer bepleitte brede confessionele grondslag van de kerk
Mr. G. Groen van Prinsterer kwam tegenover de vrijzinnig-liberale overheersing op voor het christelijke onderwijs in ons land. Minder bekend is, dat hij als jurist in diezelfde tijd ook opkwam voor het herstel van de Gereformeerde Kerk (gezindte) in ons land. De gereformeerde oecumene lag hem na aan het hart. Handhaving van de Drie Formulieren van Enigheid mocht de broederlijke samenwerking, ook op kerkelijk terrein, niet belemmeren.

Te midden van allerlei pogingen tot kerkherstel in zijn dagen was zijn adagium “Eendracht maakt macht”. In mijn recent verschenen studie naar de opvattingen van Groen van Prinsterer over de kerk stuitte ikop een opmerkelijk verschil tussen
hem en de afgescheidenen, alsook tussen hem en zijn vriend Isaac da Costa en eveneens tussen hem en de orthodoxe ‘Dordtse mannen’. Dit verschil betrof met name de door Groen voorgestane “ondubbelzinnige en onbekrompen” binding aan de Drie Formulieren van Enigheid.

Drie Formulieren van Enigheid
De term “Drie Formulieren van Enigheid” was aanvankelijk niet als vast begrip in gebruik. In de Acte van Afscheiding van 1834 werd eenvoudig over de “aangenomen formulieren” gesproken. Daarmee werden wel de drie belijdenisgeschriften, te weten de Heidelbergse Catechismus, Nederlandse Geloofsbelijdenis en Dordtse Leerregels, bedoeld, maarals vaste uitdrukking kwam de term “Drie Formulieren van Enigheid” pas later in zwang. Men sprak aanvankelijk over de “formulieren van de kerk”, of kortweg over de “formulieren”.
Voor zover ik heb kunnen nagaan is ds. A. Brummelkamp de eerste diespreekt over de “drie formulieren”, maar dan … zonder de toevoeging “van enigheid”. Dit wil niet zeggen, dat er toen onduidelijkheid bestond over wat men verstond onder binding aan de formulieren van de kerk: dat betrof de “handhaving van de leer van de kerk”, zoals in Artikel 9 van het Algemeen Reglement voor het bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1816 door deoverheid was vastgelegd.
De “leer van de kerk” of de “(drie) formulieren”, of de uitdrukking die Groen vaak gebruikte, te weten het “geloof van de kerk”, stonden allemaal voor hetzelfde. Maar de waardering ervan liep nogal uiteen, vooral als de “binding” of “handhaving” eraan ter sprake kwam.
Grofweg gaf dit ten tijde van de Afscheiding en volgende jaren hetvolgende beeld te zien:

  1. De ‘verlichte’ godgeleerde P. Hofstede de Groot gaf aan: je gaat als man van wetenschap je toch zeker niet binden aan de in ver vervlogen tijden vastgestelde “kerkleer”? Ik ga voor de vrijheid van redelijk onderzoek. De Bijbel is daaraan natuurlijk ook ondergeschikt!
  2. De afgescheidenpredikant S. van Velzen gaf daartegenover aan: De Bijbel is Gods
    Woord. Wanneer de strikte binding aan de Drie Formulieren ontbreekt in de kerk, heerst daar niet de waarheid van Gods Woord, maar regeert daar de leugen.
  3. De tot christen bekeerde Jood I. da Costa beklemtoonde daartegenover: Zeker, de Bijbel is Gods Woord waaraan iedere
    christen gebonden is. Maar laten we als christenen elkaar niet binden aan aloude “kerkformulieren”! Want de Geest waait waarheen Hij wil. Da Costa stond geen “herstelling” maar “herleving” van de kerk voor.
  4. De zogenaamde orthodoxe ‘Dordtse mannen’, waartoe ds. B. Moorrees, P. J. van Zuylen van Nijevelt en J. H.
    den Ouden behoorden, verlangden daarentegen niet een nieuwe inrichting van de kerk, maar wilden terugkeren naar de Dordtse Kerkorde van 1618-’19.

Ondubbelzinnige én onbekrompen
Interessant is het om te zien welke plaats Groen dan inneemt. Zijn standpunt komt in het kort hierop neer: de hervormde synode is geroepen terug te keren tot het “ondubbelzinnig én onbekrompen” aanvaarden van de Drie Formulieren
van Enigheid.
Kortheidshalve kun je zeggen, datGroen hiermee de “juridisch-confessionele” weg van kerkherstel voorstond. Toch moet ervoor gewaakt worden dit te ‘wettisch’ op te vatten.
Het gaat Groen om het hooghouden van het “geloof van de kerk”, zoals dit stem heeft gekregen in de aangenomen formulieren. Groen beseft heel goed, dat het ondubbelzinnig én onbekrompen aanvaarden van het “geloof van de kerk” zich juridisch moeilijk laat afdwingen. Dat is ten diepste een kwestie van vrijwillige aanvaarding: als je van het “geloof van de kerk” niet wil weten, dan is dat een gewetenskwestie!
Maar, zo is Groens mening, wees dan wel zo oprecht te erkennen, dat je dan moeilijk voorganger van de kerk kunt zijn. Je hoort toch je geweten geen geweld aan te doen, door als persoon het ‘geloof van de kerk’ te verwerpen, maar tegelijk
als kerkelijke voorganger je erop te laten voorstaan het “geloof van de kerk” uit te dragen? De synode heeft volgens Groen de kerkelijke voorgangers daarop in juridische zin te wijzen, in de trant van: als u de leer van de vrije genade aanhangt (dat
wil zeggen de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze), zoals dit in de Drie Formulieren van de kerk stem heeft gekregen, dan hoeft het toch geen enkel probleem voor u te zijn om te beloven u aan de “formulieren” te houden?
De Drie Formulieren geven zelf aan, dat de Bijbel als Gods Woord het eerste en laatste woord heeft in de kerk. In artikel 7 NGB wordt ronduit beleden dat Gods Woord uitgaat boven alle mensenwoorden en daarmee ook boven de belijdenisgeschriften van de kerk. Maar ja, als u de leer van de vrije genade verwerpt, waarom zou u dan kerkelijke
voorganger in het midden van de Gereformeerde Kerk (=gezindte) willen zijn? Haar leden hebben er toch recht op, dat ze in het “geloof van de kerk”, waarvoor de gelovige vaderen hun bloed hebben gegeven, worden opgebouwd en hun kinderen daarin worden onderwezen?

Isolement
Ditzelfde houdt Groen ook Da Costa, Van Velzen en de ‘Dordtse mannen’ voor. Zij staan er heel anders in dan de ‘verlichte’ Hofstede de Groot. Zij geven allen aan de leer van de vrije genade te aanvaarden en de Bijbel als Gods Woord te erkennen. Maar toch hebben ook zij allen moeite met bovengenoemde wijze waarop Groen de gereformeerde oecumene
nastreeft en kerkherstel tracht te realiseren. Voor Groen is vooral deze weerstand erg moeilijk geweest. Het heeft hem veel geestelijke strijd gegeven. Begrijpelijk, om deze redenen:

  1. door zijn vriend Da Costa wordt Groen verweten, dat hij zich schuldig maakt aan “formulierknechterij”: Groen is iemand die afbreuk doet aan de evangelische vrijheid van de christenmens. We dienen elkaar niet te binden aan aloude kerkformulieren maar op de genezende werking van de Geest te vertrouwen.
    2.door de ‘Dordtse mannen’ wordt Groen gewantrouwd, omdat hij te veel opening zou bieden aan Da Costa’s adagium “Geen herstelling van de kerk maar herleving”. Da Costa’s uitzien naar de toekomst, waarin door de komst van het ‘verse’ Woord van ‘Boven’ kerkherstel verwacht mag worden, kunnen zij niet rijmen met het goede wat God in de Dordtse synode heeft gegeven.
  2. door de afgescheiden predikant Van Velzen wordt Groen verweten, dat hij ontrouw is aan de belijdenis van de kerk. Volgens Van Velzen is Groen daaraan ongehoorzaam nu hij zich blijft ophouden in het Hervormde Kerkgenootschap, dat de getrouwen immers vervolgt. Van Velzen vindt Groens voorgestelde binding aan de “leer van de kerk” te slap. De binding aan de Drie Formulieren dient daarom een ondubbelzinnige binding te zijn, zonder enig voorbehoud. Groens voorbehoud van een “onbekrompen” binding aan de Drie Formulieren -Groen maakt zelfs een uitzondering voor de Dordtse Leerregels! - werkt in de praktijk volgens Van Velzen onherroepelijk een dubbelzinnige houding ten aanzien van de kerkleer in de hand. Hier geldt in zijn optiek: het is het een of het ander! Er is geen tussenweg.

    Motieven van Groen
    Waarom Groen - om Da Costa tegemoet te komen - niet volstond met het enkel pleiten voor de ondubbelzinnige binding aan Gods Woord? Dat komt voort uit Groens overtuiging, dat de Gereformeerde Kerk (gezindte) in haar formulieren over een leeswijzer beschikt, die voorkomt dat de kerk een debatersclub rond de Bijbel is.
    De kerk is een geloofsgemeenschap, een gezindte, die in haar belijdenisgeschriften getuigenis aflegt van de waarheid. Maar dan rest nog de vraag: waarom volstaat Groen niet met het pleiten voor de ondubbelzinnige binding aan de formulieren van de kerk (en in die weg voor de binding aan de Schrift, zie art. 7 NGB)? Wel, met de toevoeging “onbekrompen aanvaarding” had Groen vooral de eenheid van de Gereformeerde Kerk of de ‘gereformeerde oecumene’ op het oog. Hij wilde met de toevoeging “onbekrompen” bereiken, dat er binnen de Gereformeerde Kerk (gezindte) een zo breed mogelijk front gevormd werd tegen de binnengedrongen vrijzinnigheid. Uit de bovengenoemde reacties van Da Costa, de ‘Dordtse mannen’ en de afgescheiden predikant Van Velzen bleek wel, dat onder hen de eensgezindheid ontbrak. Met de toevoeging “onbekrompen” meende Groen dit te kunnen bewerken.
    Met deze toevoeging keerde Groen zich allereerst tegen “bekrompen” opvattingen, waarin God verkiezing/wedergeboorte prevaleerde boven Gods verbond. Volgens Groen leefde op dit punt menig misverstand onder de gereformeerden, zowel bij hen ‘die bleven’ als bij hen ‘die gingen’. En dat kan in de praktijk, zo waarschuwt Groen, bij een eventuele (synodale) handhaving van de belijdenisgeschriften gemakkelijk tot een versmalling van het front leiden: doordat niet alleen de vijanden van de waarheid, maar ook de “vrienden van de Here”, die ruimer van opvatting zijn en Gods genade niet bij voorbaat tot de uitverkorenen/wedergeborenen beperken, daardoor getroffen zouden worden: getroffen door een boven-Schriftuurlijke binding! Daarvoor moeten we waken in ons streven naar de gereformeerde oecumene. Handhaving van de Drie Formulieren van Enigheid mag de broederlijke samenwerking, op kerkelijk terrein, niet belemmeren, aldus Groen.

Waarschuwing terzijde gelegd
Lang niet alles kan ik in deze slotparagraaf langs gaan hoe door de geGroen van Prinsterer No. 4 | April 2019 89 reformeerden, die bleven en die gingen, is omgegaan met wat Groen op het punt van de gereformeerde oecumene naar voren heeft gebracht. Ik volsta met het noemen van twee belangrijke feiten:

  1. De Nederlandse Hervormde Kerk nam in 1951 een nieuwe Kerkorde aan. Mede onder het geweld van de oorlog werd bijna in het spoor van Groen afscheid genomen van de (in de lijn van Da Costa liggende) ethisch-irenische opvatting “doen door laten”, door uit te spreken dat voortaan “de kerk weert wat haar belijden weerspreekt”. Bijna, want in 1951 werd er in kleine lettertjes aan deze synode-uitspraak toegevoegd: over tien jaar! Maar in 1961 haalde de synode hierdoor een streep. De uitvoering van het synode-besluit werd als volgt uitgesteld: “Indien in de toekomst de Geest ons er toe roept, hopen wij aan deze roep niet ongehoorzaam te zijn.”
  2. Het merendeel van de (afgescheiden en dolerende) gereformeerden was in de Tweede Wereldoorlog verenigd in de Gereformeerde Kerken in Nederland. De synode van deze kerken ging midden in de oorlogsjaren over tot handhaving van de belijdenisgeschriften. Daarbij ging zij zelf uit van een bekrompen opvatting over Gods verbondsbelofte. De ‘volle’ doop zou alleen rechtsgeldig zijn voor de uitverkoren kinderen. Met als jammerlijk gevolg, dat via dit opleggen van een boven-Schriftuurlijke binding de Gereformeerde Kerken in Nederland diepgaand verdeeld raakten.

Menselijkerwijs gesproken had in mijn geboortejaar 1951 de gereformeerde oecumene in ons land in een vergevorderd stadium kunnen zijn aanbeland, als zowel de hervormden in 1951 als de gereformeerden in 1944 aan Groens adagium volledig gehoor hadden gegeven. Helaas is de geschiedenis anders verlopen.
Inmiddels ben ik 68 jaar. De verdeeldheid onder hen die behoren bij de Gereformeerde Kerk (gezindte) is, ondanks de oprichting van de Protestantse kerk in Nederland in 2004, niet echt afgenomen. Organisatorisch is er meer eenheid, maar geldt dat ook in het samen als gereformeerden in ons land een geloofsgemeenschap zijn, die een eenparig getuigenis geeft van de waarheid? En inmiddels gaat ons land gebukt onder een toename van grote problemen op tal van terreinen. Hoelang nog menen wij - gereformeerden in ‘tienvoud’/ hervormden/ protestanten - het uit te kunnen stellen om in het voetspoor van Groen van Prinsterer op basis van de ondubbelzinnige en onbekrompen aanvaarding van de Drie Formulieren van Enigheid te streven naar gereformeerde oecumene?

We weten het toch wel: “waar liefde woont, gebiedt de HEER’ den zegen”?!

Relevante artikelen uit diverse bronnen

Collecties in categorie

Algemeen

In deze collectie verschijnen algemene berichten over de verhouding rooms-katholieken en protestanten die niet in een specifieke collectie thuishoren.

Wat is katholiek?

In de volksmond wordt het woord katholiek meestal gebruikt als een synoniem voor de Rooms-Katholieke kerk. Dit is niet juist. In deze collectie wordt duidelijk gemaakt wat het onderscheid is. De formele betekenis van het woord katholiek is universeel of algemeen.

Wat is rooms-katholiek?

Rooms-katholiek is niet hetzelfde als katholiek. Rooms-katholieken zijn volgelingen die de leer van Rome aanhangen. Katholieken zijn christenen bij wie Christus centraal staat in hun geloofsleven.

Wat is protestant?

De protestanste kerken zijn ontstaan na de Reformatie. De bekendste reformatoren waren Luther, Calvijn en Zwingli. Nadat de rooms-katholieke kerk afstand genomen had van de standpunten der reformatoren tijdens het Concilie van Trente, zijn de protestantse kerken ontstaan. In de loop der jaren zijn dat in Nederland, door kerkscheuringen, verschillende denominaties geworden, zoals, Protestantse Kerk in Nederland, Hersteld Hervormde Kerk, Gereformeerde Gemeenten, Christelijk Gereformeerde Kerk en nog andere.

Vijf sola's

In de Reformatie is met name opgeroepen om terug te gaan naar de echte kenmerken van de Vroege Kerk. Met name de mistoestanden in de vorm van aflaten, goede werken en heiligverklaringen werden aan de kaak gesteld. Daartegenover werden, op de Bijbel gebaseerde, waarheden zoals het Woord, genade, geloof, Christus en de glorie van God op de voorgrond geplaatst.

Rechtvaardiging & heiliging

Luther ontdekte bij de bestudering van de brief aan de Galaten hoe zondige mensen rechtvaardig voor God kunnen worden. Hij ontdekte hierin dat hetgeen geleerd werd door Rome in tegenstelling was met hetgeen Gods Woord hierover zegt. De Bijbel zegt dat we alleen door het geloof in Jezus Christus gerechtvaardigd kunnen worden.

Belijdenisgeschriften

Zowel de kerken van de Reformatie als de rooms-katholieke kerk hebben belijdenisgeschriften. Bij de Nederlandse protestantse kerken moet dan met name gedacht worden aan de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Bij de Rooms-Katholieke kerk kennenwe de Cathechismus van de Rooms-Katholieke kerk, diverse pauselijke encyclieken en besluiten van concilies.

Kerkorde, liturgie en ambten

Vanaf het ontstaan van de christelijke kerk is er aandacht geweest voor de handhaving van kerkelijke orde, voor inrichting van de eredienst en voor de vervulling van de ambten. Na de reformatie zijn er grote verschillen ontstaan op dit gebied tussen protestanten en rooms-katholieken.

Verwijzingen naar boeken

Over de reformatie en de verhouding Rome - Reformatie zijn vele boeken verschenen. In deze categorie worden fragmenten uit boeken weergegeven die van belang zijn voor de wederzijdse beeldvorming tussen rooms-katholieken en protestanten (Komende tijd worden nog meer relevante boekfragmenten toegevoegd)

Overige relevante artikelen

In allerlei periodieken is geschreven over de verhouding Rome - Reformatie. In deze collectie een groot aantal artikelen die niet specifiek zijn toegewezen aan een bepaalde categorie.