Betekenis kerk & sacramenten in de Rooms-Katholieke Kerk

"Genezen bij volmacht"

De Waarheidsvriend - 6 januari 2011

Jakobus en ziekenzalving
In protestantse kerken en geloofsgemeenschappen worden tegenwoordig zieke gemeenteleden gezalfd. De Rooms-Katholieke Kerk kent het sacrament der stervenden (het laatste oliesel). Voor beide praktijken verwijst men naar één bijbeltekst, uit de brief van Jakobus. Terecht?
Het thema waarmee Jakobus zijn brief afsluit is: God aanroepen. Hem aanroepen in geloof, door een gebed uit te spreken of een loflied te zingen. Jakobus onderscheidt drie gebedssituaties die we aanduiden in een eigen vertaling van Jakobus 5:12-18.

12 Vóór alles, m’n broeders en zusters, zweer niet. Niet bij de hemel, niet bij de aarde en ook geen enkele andere eed. Laat uw ja ja zijn en uw nee nee, opdat er geen oordeel over u geveld wordt.

Eerste situatie
13 Heeft iemand van u leed te dragen, laat hij bidden. Is iemand blij, laat hij een loflied zingen.

Tweede situatie
14 Is iemand van u ernstig ziek, laat hij de oudsten van de gemeente bij zich roepen. Laten zij hem bestrijken met olijfolie in de naam van de Heer en laten zij voor hem bidden. 15 En het gelovige gebed zal de ernstig zieke genezen; de Heer zal hem oprichten. En als hij in zonde geleefd heeft, zal dat hem vergeven worden.

Derde situatie
16 Beken (dus) elkaar uw zonden en bid voor elkaar om genezing. Het gebed van een rechtvaardige heeft veel kracht en het werkt! 17 Elia was een mens die net zulke dingen meemaakte als wij, en nadat hij vurig gebeden had dat het niet zou regenen, is er drieënhalf jaar lang geen regen gevallen op het land. 18 Toen bad hij opnieuw en de hemel gaf regen, en het land bracht zijn vrucht weer voort.

De eerste situatie is dubbelzijdig: verdriet of vreugde. Enerzijds is er sprake van een gemeentelid dat leed te dragen heeft (kakopathein). Het effect van zijn gebed wordt niet genoemd. Je kunt denken aan draagkracht of uitredding. Anderzijds gaat het hier over iemand die blij is. Als gebedseffect kan gedacht worden aan dankbaarheid en Godsvertrouwen. De tweede situatie specificeert het leed uit de eerste. Nu gaat het om iemand die ernstig ziek is, ongeneeslijk ziek (asthenei, kamnonta). Wordt dat voor de patiënt ondraaglijk, dan kan hij of zij het initiatief nemen de oudsten van de gemeente te laten roepen. Zij moeten volgens Jakobus een gebed uitspreken voor zo iemand. Het effect van dit gelovige gebed is gegarandeerd. Jakobus geeft drie parallelle, stellige beloften. De ernstig zieke zal gered of genezen worden; de Heere zal hem oprichten. In het geval dat hij in zonde geleefd heeft, zal dat hem vergeven worden. De derde situatie betreft voorbede voor elkaar, inclusief schuldbelijdenis, bij andere ziekten in de gemeente. In vers 16b vertaalt de NBV: ‘Bid voor elkaar, dan zult u genezen.’ Helaas is deze vertaling misleidend. Jakobus roept zijn lezers op te bidden om genezing, zonder dat die genezing gegarandeerd wordt. Je kunt vertalen: ‘Bid voor elkaar, opdat u zult genezen’ of ‘Bid voor elkaar dat u zult genezen.’ Het gaat in ieder geval om genezing van ziekte, want Jakobus gebruikt hier het werkwoord iasthai, een medische term. Aan de laatstgenoemde situatie wordt een algemene conclusie verbonden. Het gebed van een rechtvaardige heeft een zeer krachtige uitwerking. Dit is al gebleken bij Elia, hier geen profeet genoemd, maar een mens die hetzelfde te lijden had als wij (homoiopathès). Jakobus herinnert niet aan een genezingswonder van Elia, maar aan zijn gebed om droogte en om regen. Een gebed met effect. Al biddend wist Elia hemel en aarde te bewegen.

Gered is genezen
Laten we de tweede situatie beter bekijken. Belooft Jakobus dat de ernstig zieke gezond zal worden (NBG-1951) of dat de patiënt gered zal worden (NBV)? Het Griekse werkwoord sooizein kan beide betekenissen hebben: redden van ziekte leidt tot genezing, redden van zonde leidt tot eeuwig behoud. In het eerste geval zal de Heere de patiënt doen opstaan van het ziekbed, in het tweede geval zal de Heere hem doen opstaan op de laatste dag. Maar bij de laatstgenoemde mogelijkheid zou je de aanvulling verwachten die het Nieuwe Testament vaak geeft: opstaan uit de dood. Bovendien bidt men in de derde situatie voor elkaar om genezing van ziekte. Daarom belooft Jakobus naar onze overtuiging – en deze opvatting is al te vinden in de Kanttekeningen bij de Statenvertaling – dat het gelovige gebed van de oudsten als effect heeft dat de zieke wordt gered van zijn ongeneeslijke ziekte (= genezen) en door de Heere opgericht (van zijn ziekbed). Dat zijn stellige beloften die in vervulling zullen gaan mits men bidt in geloof. Eén keer gebeurde het dat Jezus’ leerlingen iemand niet van zijn demonische aanval konden genezen vanwege hun gebrek aan geloofsvertrouwen (Matth.17:20; Mark.9:29); vandaar dat Jakobus de nadruk legt op bidden in geloof.

Volmacht
Toen Jezus de Twaalf, zijn leerlingengroep, uitzond naar de twaalf stammen van Israël, kregen zij de volmacht om mensen te genezen, maar ook om demonen uit te drijven en zelfs om doden op te wekken. Wonderen als herkenningstekens van het Koninkrijk. Ook de Zeventig (of 72), vermeld in Lukas 10, werden uitgezonden met zo’n opdracht: ‘Genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: het Koninkrijk van God heeft jullie bereikt’ (Luk.10:9). En zo gebeurde het. Die opdracht is na Pinksteren niet ingetrokken. Een van de tekens van het Koninkrijk was: ‘Ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen’ (Mark.16:18). Daartoe door de apostelen gemachtigd, konden de Zeven, vermeld in Handelingen 6, eveneens genezingswonderen verrichten (Stefanus en Filippus: Hand.6:8 en 8:4-8). In Handelingen staat hoe de verkondiging van het Evangelie ondersteund werd door allerlei genezingen in Jezus’ naam. De apostel Petrus werd naar Joppe geroepen waar hij de doodzieke en inmiddels zelfs al overleden Tabitha weer tot leven wekte (Hand.9:36-43). Zoiets kon blijkbaar niet iedereen. Nu het zalven. Dat is hier geen wijdingsritueel. Voor een zalving om iemand aan God te wijden, gebruikte men in het Grieks doorgaans chriein (vandaar de naam Christus, gezalfde). Jakobus heeft echter het alledaagse werkwoord aleiphein: insmeren met olijfolie. In de bijbelse tijd was dat een populair geneesmiddel, veelgebruikt bij wondverzorging (Jes.1:6; Luk.10:34). In Markus 6:13 lezen we over Jezus’ eerste leerlingen: ‘Ze zalfden veel zieken met olie en genazen hen.’ Hier staat het zalven duidelijk in het teken van genezing. Olijfolie wordt, in handen van de Twaalf, tot een wondermiddel.

Jakobus en de oudsten
Jakobus roept op tot geduld en standvastigheid. Die lezers behoorden tot de twaalf stammen van Israël, Messiasbelijdende Joden in de diaspora. Zij bleven deel uitmaken van de Jeruzalemse gemeente toen ze na de steniging van Stefanus als vluchtelingen waren uitgezwermd richting Antiochië (Hand.8:1 en 11:19). Met ‘de oudsten van de gemeente’ zijn geen gekozen ouderlingen bedoeld, maar de voorgangers uit Jeruzalem, in het boek Handelingen herhaaldelijk vermeld als ‘de oudsten’. Nergens lezen we dat de Jeruzalemse gemeente oudsten koos. Die oudsten waren er namelijk al: ooggetuigen die Jezus zelf nog hadden meegemaakt, afkomstig uit de Zeventig, aan wie onder andere geneeskracht gegeven was. Na het vertrek van de apostelen hadden zij de leiding over de Joodse christenen, naast Jakobus, de broer van de Heere. Mogelijk droegen sommigen speciale verantwoordelijkheid voor de diasporagemeenteleden. Dat zij in geval van ernstige ziekte oproepbaar waren voor gebed, vloeide voort uit hun volmacht om te genezen als teken van het Koninkrijk. Ze behandelden de zieke met olijfolie, maar dit moest gebeuren in de naam van de Heere: Jakobus denkt aan gebedsgenezing. Opmerkelijk is dat deze oudsten in geval van schuldbelijdenis vergeving mochten toezeggen. In de derde situatie, bij de voorbede van gemeenteleden voor elkaar, is wel sprake van schuldbelijdenis, maar niet van vergeving. Zonden kwijtschelden was de bevoegdheid van Jezus’ gezanten (Matth.18:18; Joh.20:23).

Gegarandeerde genezing
Ziekenzalving zoals beschreven door Jakobus was dus bestemd voor ongeneeslijk zieken, misschien op hun sterfbed, niet voor allerlei ziekte en kwaal. Daar heeft de rooms-katholieke traditie een punt. In het vroege christendom werd de ziekenzalving niet opgevat als stervensgenade, maar gekoppeld aan gebedsgenezing met gegarandeerd effect. Hier heeft het huidige gebruik in protestantse kring een probleem. Die gave van genezing was uniek, verbonden aan het apostolaat uit de begintijd en volgens de kerkvaders daarna langzaam uitgedoofd. Zelfs wanneer iemand onze exegese niet zou delen, moet worden vastgesteld dat de tekst uit Jakobus niet zo gemakkelijk toepasbaar is als men soms denkt en dat er verder in de Bijbel geen enkele steun is te vinden voor de tegenwoordige praktijk van ziekenzalving of laatste oliesel. Ook in de bijbelse tijd waren er ziekten waarmee je naar de dokter ging. Het apocriefe boek Jezus Sirach prijst het deskundige werk van arts en apotheker; maar genezing komt uiteindelijk van de Allerhoogste. Roep daarom de Heere aan. De kerkelijke voorbede van tegenwoordig in geval van ziekte binnen de gemeente, inclusief het pastorale gebed, past bij de derde gebedssituatie van Jakobus. Je gaat naar de dokter, je vraagt God om genezing en we bidden voor elkaar. Meer kan een gelovig mens niet doen en dat hoeft ook niet. Met alle respect – wie in onze tijd ziekenzalving toepast volgens de tweede gebedssituatie, zou ongeneeslijk zieke mensen gegarandeerde genezing (desnoods dodenopwekking) moeten aanbieden. Maar dat is ons nergens beloofd. Het gebed van een rechtvaardige heeft niet alle kracht. Wel veel kracht, gelukkig.

Relevante artikelen uit diverse bronnen

Collecties in categorie

Betekenis "overeenstemming" tussen Rome en Reformatie

In 2017 is er een verklaring ondertekend door een tiental vertegenwoordigers uit de Rooms-Katholieke en Lutherse Kerk. In deze verklaring wordt de gemeenschappelijke overeenkomst met betrekking tot de rechtvaardiging vastgelegd. De verklaring is in het kader van 500 jaar Reformatie in 2017 ook ondertekend door vertegenwoordigers uit de gereformeerde traditie. Dit gebeurde in Augsburg.

Betekenis en rol van de Bijbel in de Rooms-Katholieke Kerk

Tot aan de Reformatie werd in bijna geen enkel gezin in de Bijbel gelezen. Het lezen van de Bijbel was voorbehouden aan de geestelijkheid (priesters, monniken en theologen). Geestelijken hadden namelijk gestudeerd om de inhoud van de Bijbel te begrijpen. Het feit dat er nauwelijks Bijbels in de landstaal beschikbaar waren vergemakkelijkte het lezen van de Bijbel niet.,

Betekenis zonde en genade in de Rooms-Katholieke Kerk

In de Rooms-Katholieke Kerk wordt anders gedacht over vergeving van zonde dan in de protestantse kerken. Dat vergeving plaatsvind door het zal door een rooms-katholiek bevestigd worden, maar in de dagelijkse geloofsuitoefening is er nog sterk sprake van de gedachte van "goede werken" om zalig te worden. Ook de Maria- en heiligenverering speelt een belangrijke rol in het bereiken van het heil,\ zelf bijdragen aan je zaligheid.

Betekenis Maria en heiligen in de Rooms-Katholieke Kerk

Maria heeft in de Rooms-Katholieke Kerk altijd een belangrijke rol vervult. Zij is een voorbeeld van geloof. De Mariaverering maar ook het aanroepen van heiligen is een veel voorkomend gebruik in roomse kringen. Naar de mening van de protestanten is dit on-Bijbels, omdat er alleen tot God gebeden kan worden en niet tot een ander. Volgens protestanten is de Maria-verering een bedreiging van de unieke rol van Christus als Voorbidder bij God.

Betekenis kerk & sacramenten in de Rooms-Katholieke Kerk

Voor een rooms-katholiek geldt dat het lidmaatschap van de Rooms-Katholieke Kerk ook betekent dat je ingelijfd bent in de Kerk van Christus. Bij protestanten staat veel het persoonlijke geloof in de Heere Jezus Christus centraal. Enkel door dit geloof kan iemand zalig worden. Sacramenten zijn in de Rooms-Katholieke Kerk een kanaal waardoor God genade mededeelt, terwijl de sacramenten in de protestantse kerken ter ondersteuning van het geloof dienen.

Betekenis van het heil in r.k. kerk

In de Rooms-Katholieke kerk is het heil verbonden aan het lidmaatschap van de kerk. "Zonder kerk geen heil". De protestanten verbinden het heil aan het geloof in de Heere Jezus Christus. Het instituut kerk functioneert daar veel meer om in gezamelijkheid het geloof te beoefenen en geleerd te worden in de rijkdom van Gods Woord.