Betekenis kerk & sacramenten in de Rooms-Katholieke Kerk

"Regensburg (1541) loopt vast op kerk en sacramenten"

Protestants Nederland - 1 maart 1995

Dialoog Rome-Reformatie in de 16e eeuw
Heel even heeft het er in de 16e eeuw op geleken, dat vertegenwoordigers van de rooms-katholieke- en de protestantse partij elkaar zouden vinden. Tijdens een op initiatief van keizer Karei V belegde ontmoeting op de Regensburgse Rijksdag van 1541, was een formulering van de genadeleer overeengekomen, die in ieder geval niet door alle partijen op voorhand radicaal werd verworpen.

Tot de protestantse gesprekspartners behoorden de hervormers Bucer en Melanchthon. Met de rooms-katholieke topdeelnemers Gropper en Contarini konden zij overeenstemmen in een compromisformule. Samen werkten ze aan verfijning van de compromistekst, het ''Regensburger Buch'' (R.B), waarvan de eerste (geheime) editie was samengesteld door Gropper en Bucer. Op de achtergrond speelden andere geschriften een rol, bijvoorbeeld het door o.a. Bucer geschreven ''Leipziger Entwurf'' (L.E.) en Croppers ''Enchiridion''. Het kerkleer gedeelte van het R.B. (artikelen 6 t/m 9,11,19,22) heeft de gesprekspartners aanzienlijk meer problemen opgeleverd, dan de passages over de genadeleer.

De kerkleer
Terwijl het L.E. de formuleringen over de kerk bewust vaag houdt, wijst het R.B.-ontwerp - evenals het Enchiridion - in de richting van het verstaan van de kerk als sacramenteel heilsinstituut, hoewel dit niet met zoveel woorden in de tekst vermeldt wordt. Artikel 9 veroordeelt allen, die zich van de kerk afscheiden. In de context van Regensburg biedt deze zinsnede de rooms-katholieke partij de mogelijkheid de Luthersen als schismatici te brandmerken. De kerk heeft gezag om de Schrift uit te leggen en beschikt daarvoor over een gezagsorgaan. Algemene concilies van de kerk zijn onfeilbaar. De minderheid moet zich naar hun beslissingen voegen. Het R.B. handhaaft een hiërarchische orde van de kerk, hoewel nadruk wordt gelegd op collegialiteit van de bisschoppen. De kerk op aarde staat onder een hoofd, de Romeinse bisschop en wordt dus geïdentificeerd met een pauselijk rijk. Het primaat gaat terug op een instelling van Christus. Voor wat betreft de levensstaat van de clerus laat het R.B. de kwestie van het celibaat open. Tucht ter bestrijding van misstanden onder geestelijken wordt aanbevolen. (1)

Op 3 mei komen de eerste artikelen over de ecclesiologie aan de orde (artikelen 6 t/m 9). Na de euforie over het rechtvaardigheids- vergelijk, is het gesprek over de kerk als een koude douche. De besprekingen lopen vast op artikel 9. Vooral de gestelde onfeilbaarheid van concilies blijkt een hindernis te zijn. Melanchthon ziet geen heil in voortzetting van de debatten. Hij verzet zich hevig tegen de opvatting van kerkelijk gezag boven dat van de Heilige Schrift. Gods Woord is altijd hoger. Daarom kunnen concilies dwalen. De eigenlijke kerk is niet een door hiërarchie en sacramenten bepaalde gemeenschap, maar een gemeente van gelovigen, die de Heilige Schrift als hoogste en laatste instantie zien. Bucer is het met de argumentatie van Melanchthon eens, maar hij wil toch nog verder overleggen. Niettemin wordt besloten de bespreking van dit gedeelte op te schorten (2).

In een later stadium bereikt men nog een zekere overeenstemming over de eenheid als kenteken van de kerk (art. 18). Vervolgens, op 20 mei, komt de kerkelijke hiërarchie als apart onderwerp ter tafel (artikel 19). Vooral de kerk daarvan, het primaatschap van de paus, valt bijzonder slecht bij de protestantse gesprekspartners. Over handhaving van het pausdom valt eigenlijk niet te praten. Melanchthon keert zich ook scherp tegen het bisschoppelijke systeem als zodanig. Hij verwerpt de noodzaak van een opperste bisschop en ontkent dat bisschoppen in de plaats van de apostelen staan en dat zij buiten het Woord Gods om het recht hebben ceremoniën in te stellen of te wijzigen.

Bucer stelt zich toleranter op dan Melanchthon. Ook hij verwerpt het pausdom en de praktische optreden van de episcopale hiërarchische. Maar bij hem leeft de hoop, dat dit roomse systeem vanzelf zal instorten als door een godsdienstovereenkomst in Duitsland buiten de Curie om, overal de weg open wordt gelegd voor de vrije verkondiging van het Evangelie naar het inzicht van de Reformatie (3). Hij wil voorkomen dat het gesprek afbreekt. Daarom is hij (tijdelijk) bereid tot enkele vergaande concessies. De meerderheid van de Lutherse partij in Regensburg deelt het optimisme van de Straatsburger niet. De kwestie van het pausdom wordt een van de breekpunten, waardoor het overleg uiteindelijk zal mislukken.

De sacramentsleer
In het R.B-ontwerp wordt de sacramentsleer (artikelen 10 t/m 17) - in tegenstelling tot de losstaande opsomming in het L.E. - op een tamelijk systematische wijze in verband gebracht met de aard van de kerk. Op de punten van ordinatie en doop zijn de verschillen met het L.E. niet groot. In tegenstelling tot het L.E. wenst het R.B. de confirmatie en het laatste oliesel te handhaven. Het gedeelte over de mis (artikel 14) gaat duidelijk in de richting van het roomskatholieke standpunt. Hoewel het uiterst controversiële woord ''transsubstantiatie'' in de ontwerptekst niet wordt gebruikt, stelt het artikel dat na de consecratie het ware lichaam en bloed van Christus ''waarachtig en substantieel aanwezig is'' in de elementen van brood en wijn. De bediening van het sacrament is een taak van gewijde priesters. Het is geoorloofd dat zij de mis opdragen zonder de aanwezigheid van communicanten (4).

Het langst is in Regensburg gesproken over de sacramenten, namelijk van 4 tot en met 19 mei. Acht dagen duurt het gesprek over de eucharistie (artikel 14). Het kernpunt is uiteraard de kwestie van de transsubstantiatie en het daarmee verbonden bewaren, omdragen en aanbidden van de eucharistische elementen. Contarini wil het woord ''transsubstantiatie'' beslist in de tekst opgenomen zien. Melanchthon echter ziet de gedachte van de wezensverandering van brood en wijn als een uiting van bijgeloof. Hij wil ''lieber sterben'' dan de term en de inhoud ervan te aanvaarden. Weer is het Bucer, die een scherpe breuk poogt te voorkomen. Hij signaleert in de rooms-katholieke partij ook een verzoenlijke groep, ''denen es in Ernst um die Wahrheit zu thun sei''. De transsubstantiatie en wat er bijhoort verwerpt hij, evenals Melanchthon. Maar hij wil de tegenpartij niet afstoten als zij op andere punten maar hervormingen zullen doorvoeren. Indien het Woord Gods maar zijn vrije loop krijgt, zullen zij mettertijd hun dwaling wel vrijwillig opgeven. Met deze lankmoedige houding zet Bucer zijn positie op het spel in de Lutherse partij, die vastbesloten is tot afwijzing van de rooms-katholieke eucharistie-gedachte. Inmiddels sleept het gesprek zich voort. Een zeker overeenstemming inzake de sacramenten in het algemeen (artikel 10), de ordinatie (artikel 11), de doop (artikel 12), de confirmatie (artikel 13), het huwelijk (artikel 17) en het laatste oliesel (artikel 18), neemt niet weg dat steeds meer een fundamentele tegenstelling openbaar komt. Het is de tegenstelling tussen de visie van een sacramentele bepaaldheid van het door God geschonken heil en het geloof in het Evangelie waardoor God zijn heil openbaart en meedeelt. Het heil als een kerkelijke gave aan de ontvanger van het door de priester bediende sacrament of het heil als Gods vrije schenking aan ieder die gelooft in Christus. Dit onderscheid komt scherp naar voren in bijvoorbeeld de discussie over de biecht (artikel 15). Gropper is van mening dat de priester, met het oog op de absolutie, een nauwkeurige opsomming moet ontvangen van de door de biechteling begane zonden. Hij accentueert daarmee de positie van de leek, die voor zijn ziel afhankelijk is van de leden van de kerkelijke hiërarchie. Zijn heil ontvangt hij uit de sacramentele handelingen van de bedienaar van de sacramenten. De protestantse gesprekspartners verwerpen deze voorstelling als een aantasting van de allesomvattende werking van genade en geloof. In de besprekingen over de sacramentsleer komen in Regensburg de verschillen tussen Rome en de (Lutherse) Reformatie het meeste naar de oppervlakte. De breuk is onafwendbaar.

Praktische zaken
De slotartikelen van het Regensburger ontwerp (artikelen 20 t/m 23) handelen over een vrij groot aantal praktische zaken. De ontwerptekst oordeelt positief over het aanroepen van heiligen, het gebruik van beelden, de verering van de relikwieën, de monnikengelofte en te nemen tuchtmaatregelen voor clerus en volk. Voor zover zij nog ter tafel komen, worden deze onderwerpen besproken in een klimaat dat nauwelijks meer geschikt is voor het bereiken van echte overeenstemming. Op de genoemde punten komt men niet tot elkaar. Nog even komt de misbediening aan de orde, nu de praktische kant ervan. De protestanten verwerpen de afwezigheid van communicanten, het onthouden van de lekenkelk en het gebruik van de latijnse taal. De eis dat de ceremonie geheel moet worden ontdaan van het offerkarakter, vindt geen weeklank. Ook ten aanzien van de voorgestelde tuchtmaatregelen bereikt men geen echter resultaten meer (5).

Miskenning van diepere eenheid
In de door mij geraadpleegde literatuur bestaat grote eenstemmigheid over de plaats van het breekpunt in de godsdienstgesprekken van de 16e eeuw tussen vertegenwoordigers van Rome en de Reformatie. Doeltreffend is dat punt geformuleerd door Lortz: ''In den Artikeln, die mit dem katholischen Kirchenbegriff umittelbar zusammenhängen, Sacramente, Transsubstantion, Priestertum, Kirche, blieb man in schroffen Gegensatz zu einander''(6). Het gesprek van Regensburg is vastgelopen op de uiteenlopende opvattingen over de kerk en de sacramenten. Dat is opmerkelijk, omdat ten aanzien van een meer omvattend onderdeel van de dogmatiek, de genadeleer, toch vergaande overeenstemming was bereikt. Niet alleen aangaande de staat der rechtheid, die erfzonde en de menselijke wil kwam met tot elkaar, maar ook op het punt van de rechtvaardiging was er een, zelfs op schrift gestelde, overeenstemming. Waarom zijn, ondanks deze veelbelovende inzet, de gesprekken toch op een mislukking uitgelopen, toen de onderwerpen van kerk en sacramenten ter tafel kwamen?

Over de vraag naar de oorzaak van het échec van Regensburg, 1541, lopen de meningen nogal uiteen. Het voert te ver om hier een uitgebreide bloemlezing van de opvattingen te geven. In het algemeen blijven ze aan de oppervlakte. De schuld wordt gegeven aan de onoprechtheid van Karei V, de rechtlijnigheid van Luther, de hardheid van de Saksische keurvorst, het huwelijksleven van de burggraaf van Hessen, de sluwe politieke bedoelingen van de roomskatholieke keurvorsten, de inconsequentie en starre vasthoudendheid van Contarini, het onverzoenlijke fanatisme van Eek, de koppigheid van Gropper, de benepen machtshonger van de Curie en de paus, de dweperigheid en intolerantie van velen waardoor de geest van het religieuze Humanisme geen kansen kreeg.

Het lijkt mij dat deze beschuldigingen geen afdoend antwoord geven op de vraag, waarom vertegenwoordigers van Rome en van de Reformatie een eenheidsformule konden opstellen over de leer van de rechtvaardiging, terwijl ze faalden elkaar te herkennen in hun wederzijdse inzichten betreffende de kerk en de sacramenten. De oorzaak van dit falen moet m.i. allereerst worden gezocht in een zeker miskennen van de dieperliggende eenheid tussen alle loei van de Christelijke leer. Genadeleer ecclesiologie en sacramentsleer zijn op elkaar aangelegd, vormen een onverbrekelijke eenheid. Gedwongen door de politieke en kerkelijke omstandigheden en voortgestuwd door de tijdgeest hebben de Regensburgse gesprekspartners bij hun pogingen tot het samenstellen van een rechtvaardigingsformule de andere aspecten van de Christelijke leer te weinig verdisconteerd. Een overeenstemming inzake de rechtvaardiging had het kader moeten vormen, waarbinnen de partijen elkaar ook op de andere terreinen hadden kunnen vinden. Het opgestelde artikel was daarvoor echter ongeschikt. Het droeg zozeer een compromiskarakter, dat het de kracht miste om vanuit het hartstuk van de Christelijke leer, een eenheidsvisie te ontplooien, die de verscheurde Christenheid van de 16e eeuw weer had kunnen samen brengen binnen de eenheid van de kerk van Christus.

Regensburg - 1541 - heeft een les voor de 20e eeuw. De leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen kan niet samengaan met een kerkleer, waarin genade wordt ontvangen door de sacramenten via de handen van boven de gemeente gestelde mensen.

Relevante artikelen uit diverse bronnen

Collecties in categorie

Betekenis "overeenstemming" tussen Rome en Reformatie

In 2017 is er een verklaring ondertekend door een tiental vertegenwoordigers uit de Rooms-Katholieke en Lutherse Kerk. In deze verklaring wordt de gemeenschappelijke overeenkomst met betrekking tot de rechtvaardiging vastgelegd. De verklaring is in het kader van 500 jaar Reformatie in 2017 ook ondertekend door vertegenwoordigers uit de gereformeerde traditie. Dit gebeurde in Augsburg.

Betekenis en rol van de Bijbel in de Rooms-Katholieke Kerk

Tot aan de Reformatie werd in bijna geen enkel gezin in de Bijbel gelezen. Het lezen van de Bijbel was voorbehouden aan de geestelijkheid (priesters, monniken en theologen). Geestelijken hadden namelijk gestudeerd om de inhoud van de Bijbel te begrijpen. Het feit dat er nauwelijks Bijbels in de landstaal beschikbaar waren vergemakkelijkte het lezen van de Bijbel niet.,

Betekenis zonde en genade in de Rooms-Katholieke Kerk

In de Rooms-Katholieke Kerk wordt anders gedacht over vergeving van zonde dan in de protestantse kerken. Dat vergeving plaatsvind door het zal door een rooms-katholiek bevestigd worden, maar in de dagelijkse geloofsuitoefening is er nog sterk sprake van de gedachte van "goede werken" om zalig te worden. Ook de Maria- en heiligenverering speelt een belangrijke rol in het bereiken van het heil,\ zelf bijdragen aan je zaligheid.

Betekenis Maria en heiligen in de Rooms-Katholieke Kerk

Maria heeft in de Rooms-Katholieke Kerk altijd een belangrijke rol vervult. Zij is een voorbeeld van geloof. De Mariaverering maar ook het aanroepen van heiligen is een veel voorkomend gebruik in roomse kringen. Naar de mening van de protestanten is dit on-Bijbels, omdat er alleen tot God gebeden kan worden en niet tot een ander. Volgens protestanten is de Maria-verering een bedreiging van de unieke rol van Christus als Voorbidder bij God.

Betekenis kerk & sacramenten in de Rooms-Katholieke Kerk

Voor een rooms-katholiek geldt dat het lidmaatschap van de Rooms-Katholieke Kerk ook betekent dat je ingelijfd bent in de Kerk van Christus. Bij protestanten staat veel het persoonlijke geloof in de Heere Jezus Christus centraal. Enkel door dit geloof kan iemand zalig worden. Sacramenten zijn in de Rooms-Katholieke Kerk een kanaal waardoor God genade mededeelt, terwijl de sacramenten in de protestantse kerken ter ondersteuning van het geloof dienen.

Betekenis van het heil in de Rooms-Katholieke Kerk

In de Rooms-Katholieke kerk is het heil verbonden aan het lidmaatschap van de kerk. "Zonder kerk geen heil". De protestanten verbinden het heil aan het geloof in de Heere Jezus Christus. Het instituut kerk functioneert daar veel meer om in gezamelijkheid het geloof te beoefenen en geleerd te worden in de rijkdom van Gods Woord.