Betekenis van het heil in r.k. kerk

"De zekerheid van het heil"

De Wekker - 24 januari 1992

Actualiteit
De mens is in zijn leven op zoek naar zekerheid en vastheid, want hij heeft behoefte aan geborgenheid. Zo is een godsdienstig mens ook op zoek naar geestelijke zekerheid, want die geeft hem geborgenheid in God. Nu zijn er veel mensen die die zekerheid wel zouden willen hebben, maar die haar voor hun gevoel toch niet bezitten. Zij missen de zekerheid over hun persoonlijke heil. Zij durven niet verder te gaan dan te spreken in termen van „misschien" en „ik hoop".
Dit brengt ons bij de vraag: kan er wel sprake zijn van echte zekerheid over het heil, of is dit voor gewone gelovigen niet weggelegd? Paulus spreekt aan het einde van Rom. 8 onbeschroomd de woorden uit: „Want ik ben verzekerd . . . " Kunnen wij dat ook leren, of moeten we volstaan met te zeggen: dat was Paulus, en wij zijn nu eenmaal Paulus niet? Wanneer iemand bij een gelegenheid uitspreekt, dat hij op grond van het evangelie voor zichzelf overtuigd is van zijn heil in Christus, kan zo''n uiting van zekerheid door anderen nog wel eens als verdacht worden beoordeeld: denk je er niet te gemakkelijk over? Je kunt de verlossing waarvan het evangelie getuigt niet zomaar in je zak steken, en als je geloof waar is, zal het ook bestreden worden! Het gaat hier om een actueel onderwerp, en dat niet alleen vanwege de discussies over de toeëigening des heils die onder ons en met anderen worden gevoerd, maar ook vanwege de aantrekkingskracht van allerlei evangelische groepen, die met hun blijmoedige zekerheid zowel jongeren als ouderen aan zich kunnen binden. Blijven nadenken over dit onderwerp is van persoonlijk en kerkelijk belang.
In enkele artikelen willen wij stilstaan bij de kracht van de heilszekerheid in de eeuw van de Reformatie, bij de verzwakking van die zekerheid in de tijd daarna, en bij de handhaving van de ware heilszekerheid tegenover iedere valse zekerheid.

Luther tegenover Rome
In de tijd van de Reformatie speelde het motief van de heilszekerheid een enorme rol. De jonge monnik uit Erfurt en later Wittenberg, Luther, was er rusteloos naar op zoek geweest, naar de zekerheid dat God hem genadig zou willen zijn. Hij kon die zekerheid niet vinden in de rooms-katholieke boetepraktijk, want hoe wist hij, of hij ooit wel genoeg boetedoening gegeven had om aangenaam te zijn voor God? De bevrijding was voor hem, dat hij ontdekte, dat met de gerechtigheid van God in het evangelie niet de van ons geëiste gerechtigheid wordt bedoeld, maar de ons van Godswege geschonken gerechtigheid. Dat gaf hem rust, hij kon het op Christus werpen, die ons tot gerechtigheid geworden is. Dat was de zekerheid door het geloof in Christus.
Zonder overdrijving kan worden gesteld, dat de kracht van de Reformatie gelegen is in het terugvinden van de zekerheid aangaande het heil. Daarmee bestond een schrille tegenstelling tot de kerk van Rome. Die stond in het teken van de onzekerheid. Hoe had anders de aflaathandel ten behoeve van de bouw van de St. Pieter zo''n succes kunnen worden? Rondreizende handelaren in aflaten wisten handig in te spelen op de gevoelens van onzekerheid onder het volk. Zou men lang in het vagevuur moeten branden? Zou men wel voor de hemel in aanmerking komen? Het afkopen van een deel van de boetedoening door een aflaat zou in ieder geval de kansen vergroten. Maar ook bij hen die geestelijke zaken minder grof-materialistisch beleefden, bleef de onzekerheid. Want met behulp van Gods genade moest men zelf meewerken om de zaligheid te verkrijgen. Hoe kon men weten of men voldoende had meegewerkt, en niet in werken, woorden of gedachten zonden had begaan die men zich niet bewust was, of die men te weinig had berouwd of beleden?
Zekerheid is volgens de officiële Roomse leer in de regel voor een mens dan ook niet weggelegd. Slechts bij uitzondering, door een bijzondere openbaring, kan iemand op aarde zeker zijn van zijn eeuwige zaligheid.
De Reformatie kon wel krachtig spreken over de heilszekerheid, omdat zij tegenover onze onzekere werken van de mens de betrouwbare genade van God mocht plaatsen als de enige grond van ons behoud. Toen Luther dat ontdekte, was het alsof hij door een stralende poort het paradijs binnentrad. Die poort was dan het geloof in Gods belofte, en het paradijs Gods genade en heil, dat in de belofte van het evangelie tot ons komt.
De Catechismus
Om een indruk te krijgen van de betekenis van de zekerheid des heils in de beleving van gereformeerde christenen uit de begintijd, hoeven we alleen maar de Heidelbergse Catechismus door te lezen, die 45 jaar later opgesteld is dan de beroemde 95 stellingen van Luther. De belangrijkste voorbeelden zet ik voor de duidelijkheid voor u op een rij.
Het antwoord op vraag 1 naar de enige troost bevat deze zinsnede: „waarom Hij mij ook door zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert". Antwoord 21 noemt het ware geloof niet alleen een stellig weten of kennis, maar ook een vast vertrouwen. Antwoord 22 spreekt over de artikelen van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof. In antwoord 26 wordt God de Vader beleden als de God die om zijns Zoons Christus wil mijn God en Vader is, „op welken ik alzo vertrouw, dat ik niet twijfel". Op vraag 44 naar de praktische betekenis van de nederdaling ter helle wordt geantwoord: „Opdat ik in mijn hoogste aanvechting verzekerd zij . . . dat mijn Here Jezus Christus . . . mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft". Wordt hier een zekerheid bedoeld die voortkomt uit een bijzondere openbaring? Zeer zeker niet.
Dat blijkt uit de omschrijving door de Catechismus van de betekenis van de sacramenten. Vraag 69 luidt: „Hoe wordt gij in de Heilige Doop vermaand en verzekerd, dat het enige offer van Christus . . . u ten goede komt?" Daarop wordt geantwoord, dat Christus toegezegd heeft, dat ik even zeker met zijn bloed en Geest van al mijn zonden gewassen ben, als uitwendig met het water van de lichamelijke onreinheid. In antwoord 73 wordt de doop een Goddelijk pand en waarteken genoemd, waardoor God ons wil verzekeren dat wij even waarachtig van onze zonden geestelijk gewassen zijn, als wij uitwendig met het water gewassen worden. In antwoord 79 wordt hetzelfde uitgesproken ten aanzien van het avondmaal. Dezelfde toonzetting vinden we hier doordat we opnieuw de woorden verzekeren, even waarachtig, even zeker tegenkomen. Tenslotte wordt in antwoord op vraag 86 naar de zin van het doen van goede werken gezegd dat elk bij zichzelf uit de vruchten verzekerd kan worden van zijn geloof.
Steeds weer komt de Catechismus terug op de heilszekerheid. Het is duidelijk dat die zekerheid niet in ons gezocht moet worden. Vooral het indrukwekkende antwoord 44 sluit dit volledig uit. Als er gezegd wordt: „in mijn hoogste aanvechtingen", dan is dat geen kleinigheid, dan wordt er heel erg aan je geschud, dan stormen de vragen en de zelfverwijten op je af. De zekerheid is dan ook alleen in Christus te vinden, die is nedergedaald ter helle. De zekerheid van het heil wordt ons verkondigd in het evangelie, ze wordt ons persoonlijk betekend en verzegeld in de sacramenten. En wanneer wij ons richten op Christus en door het geloof ons heil van Hem verwachten, dan is dat te danken aan de werking van de Heilige Geest. En tenslotte wordt de echtheid van het geloof bewezen in de goede werken. Zo zou je het spreken van de Catechismus kunnen samenvatten. Het fundament van de zekerheid is Christus en zijn Woord, dat zichtbaar gemaakt wordt in de sacramenten, de bewerker van de zekerheid is de Heilige Geest, de aard van de zekerheid is het geloof, en de bevestiging van de zekerheid wordt gevormd door de goede werken.
Geen voorwaarden vooraf
Dit is een omkering ten opzichte van Rome: de goede werken staan nu niet aan het begin, maar aan het eind. De zekerheid hangt er niet van af, maar loopt erop uit. Niet onze goede wil is doorslaggevend, maar onze gebondenheid aan Christus. Daarin ligt ook de stelligheid van Paulus, als hij getuigt van de liefde van God in de Here Jezus Christus, waarvan niets ons kan scheiden. Zijn zekerheid lag niet in zijn geloofsactiviteit, en dus ook niet in zijn geloofstrouw of zijn geloofsgehoorzaamheid. Als Paulus als gelovige op zichzelf ziet, moet hij zeggen: „ik ellendig mens" (Rom. 7:24). Zijn zekerheid is gelegen in de vasthoudendheid, de betrouwbaarheid, de waarachtigheid van Gods liefde, waaraan hij zich in het geloof overgeeft. Dat is de liefde die God geopenbaard heeft in het evangelie. Daarmee treedt de Here alle hoorders van het evangelie tegemoet, omdat Hij hen allen erin aanspreekt. Ook u en ik worden aangesproken in die machtige verkondiging van het evangelie. Daarin betuigt God ons, dat niemand tevergeefs zijn toevlucht zal nemen tot Christus. Niemand behoeft bang te zijn dat hij zal worden afgewezen omdat hij niet goed genoeg is om deel te ontvangen aan het heil. Ook al moet je jezelf verwijten dat je niet ernstig genoeg bezig bent, en tegenover God en de naaste niet genoeg ootmoed kent, en dat je God tekort doet door Hem niet of zo slecht te je om zulke redenen niet wegsturen. Jezus neemt de zondaars aan: mensen bij wie er alles aan ontbreekt om Gode welgevallig te zijn. Dat is nu de macht van Gods liefde in zijn Zoon.
Wij kunnen het voorgaande zo samenvatten: het is door Gods Woord en zijn Geest dat de zekerheid des heils wordt gewerkt in de weg van het geloof in Christus. Zo heeft de apostel Paulus het ondervonden en verkondigd, en zo komen we het ook tegen in de belijdenissen en andere geschriften uit de Reformatie.

Ware zekerheid?
Maar nu rijst er bij iemand een ingrijpende vraag. Hoe kunnen wij nu zeker zijn van ons heil, als die zekerheid bij ons gewerkt wordt door Woord en Geest? Het Woord hebben wij allemaal. Dat kunnen wij lezen, dat kunnen wij onderzoeken. Maar de Geest hebben wij niet allemaal, althans, het staat niet bij voorbaat vast, dat wij allen de Geest hebben. Ik kan wel zeggen dat ik geloof in het heil te mogen delen, en dat ik daar niet aan twijfel, omdat wij de beloften in de Bijbel op onszelf mogen toepassen, maar daarmee staat nog niet vast dat hier het ware geloof aan het woord is, dat door de Heilige Geest wordt gewerkt.
Dit is een vraag waarmee in de loop der eeuwen veel geworsteld is. Een goed antwoord hierop is ook van het grootste belang voor een recht onderscheid tussen ware en valse heilszekerheid. De volgende keer gaan wij na, hoe in de eeuw van de Reformatie en in de na-reformatorische periode hierop ingegaan is.

Relevante artikelen uit diverse bronnen

Collecties in categorie

Betekenis "overeenstemming" tussen Rome en Reformatie

In 2017 is er een verklaring ondertekend door een tiental vertegenwoordigers uit de Rooms-Katholieke en Lutherse Kerk. In deze verklaring wordt de gemeenschappelijke overeenkomst met betrekking tot de rechtvaardiging vastgelegd. De verklaring is in het kader van 500 jaar Reformatie in 2017 ook ondertekend door vertegenwoordigers uit de gereformeerde traditie. Dit gebeurde in Augsburg.

Betekenis en rol van de Bijbel in de Rooms-Katholieke Kerk

Tot aan de Reformatie werd in bijna geen enkel gezin in de Bijbel gelezen. Het lezen van de Bijbel was voorbehouden aan de geestelijkheid (priesters, monniken en theologen). Geestelijken hadden namelijk gestudeerd om de inhoud van de Bijbel te begrijpen. Het feit dat er nauwelijks Bijbels in de landstaal beschikbaar waren vergemakkelijkte het lezen van de Bijbel niet.,

Betekenis zonde en genade in de Rooms-Katholieke Kerk

In de Rooms-Katholieke Kerk wordt anders gedacht over vergeving van zonde dan in de protestantse kerken. Dat vergeving plaatsvind door het zal door een rooms-katholiek bevestigd worden, maar in de dagelijkse geloofsuitoefening is er nog sterk sprake van de gedachte van "goede werken" om zalig te worden. Ook de Maria- en heiligenverering speelt een belangrijke rol in het bereiken van het heil,\ zelf bijdragen aan je zaligheid.

Betekenis Maria en heiligen in de Rooms-Katholieke Kerk

Maria heeft in de Rooms-Katholieke Kerk altijd een belangrijke rol vervult. Zij is een voorbeeld van geloof. De Mariaverering maar ook het aanroepen van heiligen is een veel voorkomend gebruik in roomse kringen. Naar de mening van de protestanten is dit on-Bijbels, omdat er alleen tot God gebeden kan worden en niet tot een ander. Volgens protestanten is de Maria-verering een bedreiging van de unieke rol van Christus als Voorbidder bij God.

Betekenis kerk & sacramenten in de Rooms-Katholieke Kerk

Voor een rooms-katholiek geldt dat het lidmaatschap van de Rooms-Katholieke Kerk ook betekent dat je ingelijfd bent in de Kerk van Christus. Bij protestanten staat veel het persoonlijke geloof in de Heere Jezus Christus centraal. Enkel door dit geloof kan iemand zalig worden. Sacramenten zijn in de Rooms-Katholieke Kerk een kanaal waardoor God genade mededeelt, terwijl de sacramenten in de protestantse kerken ter ondersteuning van het geloof dienen.

Betekenis van het heil in r.k. kerk

In de Rooms-Katholieke kerk is het heil verbonden aan het lidmaatschap van de kerk. "Zonder kerk geen heil". De protestanten verbinden het heil aan het geloof in de Heere Jezus Christus. Het instituut kerk functioneert daar veel meer om in gezamelijkheid het geloof te beoefenen en geleerd te worden in de rijkdom van Gods Woord.